Close

Heb jij het lef je hart te volgen? (7)

MIJN ROMAN IS ALS EEN KUS...

Lees verder mee in mijn roman Heiligdom van liefde.

Heb jij het lef om je hart te volgen?

Waar angst mij dwong om weg te vluchten, was het de liefde die mij meenam. Het enige wat ik hoefde te doen was de deur naar mijn hart op een kier te zetten en toe te laten dat hij hem voor mij open deed.


Heb je de andere delen al gelezen?

Zo niet, ga dan eerst naar Heiligdom van Liefde (1)
De liefde verleidend (2), (deel 3) , (deel 4),
Het ongekende mysterie achter alles. (5)
en Van minnares naar grote liefde (6)

Heiligdom van liefdeRecensies op een rijtje…

 

LETTER VOOR LETTER

De kracht van een enkel beeld in tegenstelling tot woorden nog steeds overdenkend, keek ik in de sneeuw, welke mij deed zien dat geschreven woorden toch vaak erg hard en onweerlegbaar aanwezig zijn en daardoor gauw te sterk naar voren kwamen. Door iedereen anders geïnterpreteerd.

Soms voelde je haar liefkozingen, letter voor letter zich door je lijf verspreiden maar ook kon hetzelfde woord  je stenigen, zwart op wit.

Ook symbolen, kunnen deze veroordelende en vernietigende uitwerking hebben. Zelfs nog lange tijd nadat het in de mode was. Iets kan een herkenningsteken blijven voor altijd. Een merkteken op onze ziel. 

Zo dragen we allemaal onze tekens mee, voor eeuwig verborgen in ons. Van blij makend en ontroerend naar confronterend en pijnlijk bewust. Iedere keer weer stekend of juist verwarmend.

Dit beloofde een dag van symbolen te worden bedacht ik me, terwijl ik naar mijn nagels keek. Rood gelakt. Mijn wijsvinger een klein beetje afgebladderd. Niet echt heilig dus, dit aangezicht. Ik had het te druk gehad met dingen buiten mij.

Had ik dan toch het recht om iets wat zo volmaakt was, het gladde wit sneeuwdek in haar perfectie aan te raken terwijl alles in mij nog niet volmaakt was? Ik me liever in een boek verstopte in een ander zijn leven, dan aandacht te schenken aan het lakken van mijn eigen nagels?

Het mooier maken van mijn eigen zelf, hier in levende lijve, op de bol die wij de aarde noemen?

Ik moest die avond ook nodig mijn benen scheren en dat lijntje langs mijn slipje, die ik niet droeg. Misschien had ik zelfs genoeg achterstand opgebouwd om een hartje te scheren.

In de seksloze periodes nam ik het niet zo nauw met alle zones haar vrij houden. Ik zou dit eigenlijk voor mezelf moeten doen uit liefde, nam ik me voor. 

Mijn voorliefde voor symbolen en tekens had er al vanaf jongs af aan ingezeten. Ze beloofden me een magische kracht en ik geloofde dat iets in mij, wat het ook was. Het gaf me vertrouwen en het gevoel dat ik veilig was, ook al gaf het nieuws niet altijd zo’n vriendelijke wereld weer.

Ik betrapte me erop, dat ik in gedachten een weesgroetje deed en dankte hem voor de bescherming die ik steeds vaker leek te voelen. Ik bedacht me dat ik misschien dan toch gegroeid was, liefdevoller voor mezelf was geworden.

Want ooit was mij gezegd dat alles om mij heen enkel een spiegel was van wie ik in wezen zelf ben of eigenlijk wie ik dacht te zijn.

Ik geloofde dat, dus ik deed het zo gek nog niet, als ik zo in de spiegel van de wereld rond mij keek. De restauratie van mijn Zijn liep met af en toe een wegomlegging of een onverwachts obstakel redelijk voorspoedig. 

Ook al was het eigenlijk meer een wegkappen van wie ik niet was? Er leek weinig over te blijven, maar misschien leek dat alleen maar zo. Of was dat nou juist de bedoeling? Dat kon natuurlijk ook. Daar ging ik maar van uit want anders zou het me een eenzaam gevoel geven. 

Nu kon ik het nog voelen als ruimte maken voor iets beters, gaf het hoop. Het geloof in de ware liefde en nog veel meer. Nachtelijke dromen die werkelijkheid zouden kunnen worden op een zekere dag. De mogelijkheid in zich droegen dat deze zoektocht naar liefde de wereld werkelijk zou kunnen veranderen? Ook al was het in eerste instantie voor mezelf.

Terug naar mezelf, de zuiverste liefde te vinden… In mij… Om van daaruit, als ik haar gevonden had, haar aan de wereld te geven, ook al was het maar aan één persoon. Dit zou als een beweging, een reis de wereld rond kunnen gaan van de één naar de ander en zou de aarde kunnen helen. 

Of was dit een illusie, een fantasie?

Een droom, hersenspinsel en luchtspiegeling met een vleugje zelfbedrog, ongegronde hoop en zinsbegoocheling?

Of niet.

Ik koos ervoor om te blijven geloven dat alles mogelijk was. Alles begon toch bij een gedachte? Vanuit deze mogelijkheid wilde ik leven.

Al die mooie gebeurtenissen die ik had gecreëerd door mijn eigen bedachte symbolen vanuit mijn verborgen verlangen naar geluk.

Ladingen hartjes, namen van leuke jongens en vlindertjes in mijn agenda. De diepe gebeden tot God en iedereen die het wilde horen.

Met Boeddha had ik het ook nog een tijdje geprobeerd. Hunkerend en smekend, wanhopig verlangend, terwijl de tranen stroomden uit mijn ogen op het kleedje voor mijn bed. Waar ik netjes, met mijn gevouwen handen mijn heftige verlangens kenbaar maakte aan iets wat veel groter en zeker slimmer moest zijn dan ik. 

Want het had de wereld gemaakt. Adam en Eva en nog veel meer. Het goede en het kwade.

Hij had boodschappen gegeven aan diegenen die luisterden. Een boot vol dieren zij aan zij.

God noemden ze hem. Dat hadden ze me verteld in de kerk waar ik iedere zondag trouw naar toe ging als kind.

In de Bijbel zag ik een magere man aan het kruis hangen. Was dit God of was dit Jezus of waren die één en dezelfde vroeg ik me toen af? 

De Bijbel is in alle talen vertaald. Ik vroeg me wel af hoe ze dat in hemelsnaam gedaan hebben of was het in godsnaam, een universele taal maar dan anders.

Een universele godentaal hoefde toch niet vertaald te worden, zou je zeggen. Die was er gewoon als onweerlegbaar bewijs van Gods bestaan en zijn geboden, zwart op wit of in steen gebeiteld, door iedereen te begrijpen wat je ook sprak of juist niet durfde uit te spreken. 

Berustte de verhalen uit dit heilige boek op de waarheid? Sprak het een universele taal voor iedereen die wilde horen, Engelsman, Fransman of Roemeense?

Of je nu moslim was of jood? Je gaf het boek gewoon een andere naam. Want eigenlijk spraken ze over hetzelfde, alleen vanuit een andere invalshoek. De verschillende interpretaties van het “Alles”, zeg maar.

Ik heb nooit geweten wat ik moest geloven. Toen niet en nu weet ik het eerlijk gezegd nog steeds niet. Maar goed wijsheid komt met de jaren zegt men, dus ook dit zal ik ooit wel doorgronden.

Tenminste daar ging ik maar van uit.

Want het is toch wel gemakkelijk dat wanneer je de overgang maakt, je weet hoe die mijnheer heet, daar zittend op de troon en je opwacht. 

Alhoewel waarom zou het eigenlijk een man moeten zijn. Misschien is dit wel gewoon een verzinsel wat als wijsheid vanuit de hemel op de aarde is gevallen. Terwijl in het echt Moeder aarde als een Godin de aarde bestuurd. 

Moeder aarde zou ook de vrouw van God kunnen zijn, bedacht ik me?

En wat deden dan eigenlijk Jozef en Maria in dat verhaal? Maar ja dat deel geloofde ik toch al niet want ze hadden ‘t niet eens gedaan en ik wist voor baby’s maken moest je “het” doen. Ook al was het met een vreemde. Dat was dus het eerste verraad al. Daar ging het met de wereld mis.

Of was dit bij de appel. Twee verschillende verhalen maar met dezelfde strekking. Schuldig.

Ik besefte opeens hoe vaak ik mezelf schuldig had verklaard en hoe vaak ik anderen dit zag doen. En dan met name de vrouwen. Zou dat daar vandaan komen? Een wereldkarma of zoiets, generatie op generatie. Ik wilde dit doorbreken.

Ik zag me nog zo zitten als klein meisje, biddend tot Hem. Handjes gevouwen, hoofd gebogen met mijn kin op mijn borst. Ongemakkelijk op mijn blote knieën, iedere avond voor het slapen gaan weer. Maar dat had ik er wel voor over.

Vele mooie romantische meisjesdromen kwamen uit. Toch begrijp ik nog steeds niet dat de vreselijke dingen die ik niet had gewenst, ook uitkwamen.

Zoals die keer dat hij de kamer binnenkwam. Mijn rokje omhoog deed… Het deed pijn.

Had ik dat misschien stiekem ook gewenst? De man deed me denken aan mijn vader. Ik was het geweest die ooit had gezegd met hem te willen trouwen. Mijn eigen schuld dus? Of was dit een straf, noodlot zeg maar voor alle zonden die ik al had begaan. Want ik had niet geboren moeten worden dat zei mamma al.

Ook al weet ik nog steeds niet waarom niet.

Misschien was ik zoals Jezus maar dan een meisjesvorm, ook onwettig, net als mijn zoon. Niet erkend door zijn vader, dus vader onbekend.

 

Ook al wist ik wel dat ik geen maagd meer was. Een baby paste niet in zijn plaatje. Wel in het mijne. Of althans ik maakte het plaatje zo dat het paste.

Hij was begonnen in mijn buik te groeien en deed vanaf dat moment gewoon mee met mijn levenswandel. Het bleek voor mij de tijd voor een kindje. Mijn God wat was ik blij. 

Het is me altijd blijven fascineren, dat gevoel alsof iets moet gebeuren wanneer de tijd er rijp voor is. De ervaring je wilde verwennen als een cadeautje omdat je lief was geweest of je juist een lesje wilde leren, misschien omdat je stout was? 

Dan had je ook nog een ander soort. Een gebeurtenis met een levensles. Dat moment waarop je duizelend achterom kijkend beseft dat je echt wat geleerd hebt en wijzer bent geworden en het je heeft veranderd, getransformeerd zeg maar.

Het gevoel wanneer het lot je bij de hand neemt, je leidt naar steeds grotere hoogtes of juist meesleurt de diepste dieptes in. Maar altijd moest het zo zijn.

Het wil geschiede, in naam van God en de heilige geest. Tenminste zoiets herinner ik me uit de zondagsschool.

Dat dit ook zo’n dag zou worden waarin het lot mijn weg een handje zou helpen en dat deze dag ooit voor mij een gedenkwaardige dag zou gaan worden, wist ik op dat moment nog niet. Godzijdank. Amen. 

Ik tekende een hart in de sneeuw. Wensend dat alles wat hoorde bij een hart zich in mij zou vervullen. Liefde, romantiek, lieve gedichtjes van een man voor altijd, verloven, mooie jurken, eeuwige trouw en roosjes liefdevol verspreidt over een bed.

Honderden kaarsjes, champagne en uren lang gekust en gestreeld worden alsof je het mooiste op aarde bent.

Het eeuwige hart wat klopt voor de geliefde, warmte geeft en zoveel meer. Altijd hand in hand. Allemaal voor mij.

En het liefste nu meteen bedacht ik me nog even.

Langzaam en behoedzaam ging ik langs de ronding die een hart nu eenmaal heeft. Wat een vrouwelijke vorm eigenlijk, bedacht ik me. Bovenaan de twee halve rondjes, als twee welvingen, twee borsten of twee billen en het v tje onderaan. De v van onze venusheuvel of de vagina. Maar ook zie ik hierin de prachtige rondingen van de heupen in de rondjes van het hart in de tekening voor me, in de sneeuw.

De rondingen van de vrouw, de minnares en de godin. Haar glorieuze vrouwelijkheid. De geliefde, met de straling van godinnenkracht.

Sensueel en liefdevol. Rustig en sierlijk bewegend. Lachend, flirtend, plagend en bespelend. Maar ook wild en onvoorspelbaar. Waarschijnlijk daarom zo hemels en aantrekkelijk. Voor eeuwig vastgelegd.

Eeuwenlang getekend op vele muren, werd zij vereerd in tempels en begeerd in bordelen. Die van vroeger dan.

De bordelen van vandaag de dag zien daar de waarde niet meer van in. Alleen graatmagere typetjes met cup d/e. Natuurlijk nep want anders zou dit het enige vet zijn dat nog op een lijf zit. Niet echt realistisch. Wel ideaal bedacht ik me.

De bordelen van vroeger, die van de koningen, vol schaars geklede dames in voile doeken. Bereid om elk moment hun benen te spreiden voor de hoogheid. Daarna badend verder te dromen van de koninklijke status, die haar even gevuld had. Haar tot een kostbaar voorwerp had gemaakt en had volgeschonken. Het vervulde haar met dankbaarheid. Ze was zijn koningin. Zijn zaad hield zij warm. Tot het haar zou verlaten maar energetisch nog altijd zichtbaar zou zijn. Dat wist natuurlijk niemand, maar zij wel.

Zij was een uitverkorene. De koning had haar genomen. Haar zou hij zich herinneren. Ook al vree ze als zovelen met hem, in ruil voor de luxe van niets doen en mooi zijn.

Om die reden mocht ze in zijn badhuis heerlijk zwemmen in het romantische licht van kaarsen die haar naakte lichaam nog mooier uit liet komen. De koning zou zijn ogen niet af kunnen houden van de ronding van de billen, als het bovenste deeltje van een hartje. Waarna zijn ogen langzaam gleden naar beneden, naar het laagste punt. Waar een hemels genotspuntje even werd beroerd. 

Een hartje heeft twee rondingen. Dus het ideale symbool voor een man. Twee paar billen aan elke kant. Als een sandwich er lekker warm tussen in.

Maar kan natuurlijk ook één paar billen zijn van dezelfde. Was die extra vrouw mijn eigen fantasie vroeg ik me af? Want toen ik erover nadacht vond ik mijn eerste invulling van de twee paar billen toch wel erg vergezocht. 

Interessant, hoe de sneeuw mij weer bracht bij compleet nieuwe versies van mijzelf. Als je ze maar wilde zien. En ik wilde zien. Ik wilde alles in mezelf leren kennen en desnoods veroordelen als dat moest. Als ik maar wist wie ik was. Want was er niet ooit gezegd: “Wie zichzelf kent, kent de wereld?”

Ik begreep niets van de wereld dus waarschijnlijk snapte ik mezelf niet.

Kwam daar mijn drang vandaan om de hele wereld te willen zien, het verlangen om alle culturen te willen beleven en de mooiste plekjes te willen bezoeken? Een deel van de wereld te zijn? Een vrouw die over de wereld kon meepraten, de wereld had bezichtigd en beleefd. Zichzelf had gezien dus?

Dit was toch heel anders dan de rode neonlichten op de Wallen of waar dan ook ter wereld waar werd getippeld. De verlichting die je nog bleker liet lijken en nog vermoeider dan je al was en voor wallen zorgde. Kwam daar de naam van die buurt vandaan, vroeg ik me even af.  Wist iedereen al dat je daar niet mooi van bleef en dat het werk was welke donkere kringen onder je ogen zou toveren?

Welke vrouwen kozen hiervoor? De vrouwen met mijn verleden. Het zou mijn ondergang geweest zijn. 

Dan was ik toch maar liever de Muze van Picasso. Lekker warm de liefde bedrijvend zo voor het doek. Stiekem, in het geheim, dus eigenlijk best geheimzinnig en spannend.

Als model, toch al naakt voor het schilderen, dus de seks was gemakkelijk even tussendoor te doen, wat het eigenlijk wel opwindend maakte.

Ik zag het al voor me, daar liggend met zijn zaad nog tussen je benen, poserend voor zijn grote meesterwerk nadat hij je eigenhandig gebracht had naar een orgasme. Ervoor zorgend dat jij daarna gewoon stil kon blijven liggen.

Je hand alleen maar zou hoeven wachten op de ring die ooit je vinger zou sieren.

Een duurdere als die in mijn slaapkamer lag dat dan weer wel als ware echtgenoot van hem. Nu nog de minnares en zijn grote inspiratie, maar ooit veel meer. Tenminste dat hoopte ze, dacht ik. 

Dat had ik toen ook gewenst. Denkend aan de op Brood lijkende doeken waar ik voor had gelegen toen hij mij kuste. Wat was die man onvergetelijk aantrekkelijk geweest en zijn handen mooi.

De tijd met de beeldhouwer en ook kunsthandelaar. Kunstzinnig had hij mij een nieuwe smaak gegeven en een ring, maar niet de ringvingerversie. Maar goed, bij de meeste muzen kwam dat er zelfs nooit van. 

Lieve mooie Mary, verleidelijke Therese. Met rondingen als een hart. Voor eeuwig vastgelegd en hangend op een magistrale plek met uitzicht op Londen. Zonder schaamte, twaalf miljoen inwoners onder ogen komend. En wie weet zou ze zelfs ooit verhuizen, en in het Louvre, ‘s werelds grootste musea midden in levendig Parijs, de Fransen amuseren. Gezellig hangend naast Mona Lisa.

De mooie Mary Thérèse Walter, het liefje van Pablo Picasso. Als vrouw naast de netjes getrouwde schilder was zij enkel de minnares en muze. Alleen het naakte plaatje voor zijn toch al grootse doek. Want hoe kon ik de werkelijke waarheid weten. Ik was vast geen reïncarnatie van haar. Alhoewel haar volle dijen had ik wel, ik hield ook van wereldsteden en ik had ooit de rol van Muze gespeeld.

En met gratie volgens mij. Ook al bracht het behalve vele complimenten nog steeds geen zesenzeventigduizend miljoen euro op, wat de gek gaf voor Pablo’s creatie. 

Toch had die tijd me goed gedaan. Zijn kunstenaars ogen waren langs mijn lichaam gegleden met alle liefde van de wereld. Hij beeldhouwde me met een passie die ik nog nooit in een man had gezien. Zijn handen die met zorg langs elke ronding in de klei gingen, voelden alsof ze gingen langs elke welving van mijn lijf.

Zijn ogen glanzend, vol bewondering naar mij kijkend van top tot teen en weer terug. Hoe meer klei hij nodig had, hoe enthousiaster hij werd. Hij aanbad mijn ronde billen en vollere dijen. Hij keek, als waren zij het allermooiste hij ooit zag. 

Hij was het geweest die me had laten zien dat mijn imperfectie volgens de media, perfect was. Dat rondingen blij maakten en een ongekende schoonheid in zich droegen.

Hij liet me zien dat mijn lijf een godsgeschenk was. Mijn volle borsten een leven brengend geschenk.

Ronding voor ronding maakte hij van mij de mooiste beeldhouwwerken. Hiermee mij een onbetaalbaar meesterstuk gevend. De acceptatie van mezelf in haar volledigheid. 

De massa heeft de waarde nooit gezien, maar voor mij was deze ervaring miljoenen waard. Hij bracht me een nieuwe versie van mezelf. Een schone. Het was helend. 

Misschien zou het beeld van mij ooit daar staan naast Mona en Mary. Waarschijnlijk pas na mijn dood. De meeste groten waren pas groots geworden nadat ze gestorven waren, wist ik. Maar goed ik dwaalde af met mijn gedachten. 

Moest lachen om mezelf en al die gedachten die de hele wereld rondgingen in een enkel ogenblik.

Zou iedereen dat hebben? 

……

Ik hoop dat je na het lezen van weer een paar paragrafen van mijn boek Heiligdom van Liefde, lekker slaapt of nog een hele fijne dag hebt.

Tot morgen,

Love With Me,
Cumi

svg26 min read

46 Comments

Leave a reply